Het ministerie van Veiligheid en Justitie heeft dit jaar van de Algemene Rekenkamer ook een ‘ernstige volkomenheid’ op het rapport gekregen. Hier betreft het het financiële beheer. Daarnaast zijn er nog allerlei andere problemen die mogelijk te maken hebben de omvang van het superministerie. Wat er naar boven kwam naar aanleiding van de Teeven-deal is van een hele andere orde met name omdat het om een cultuuraspect gaat dat nou juist bij justitie volstrekt onacceptabel is. De ambtenaren zelf valt alleen weinig te verwijten, met de huidige regeringsleden als voorbeeld. Er zal geïnvesteerd moeten worden, o.a. in juridische kennis- en beslissingsondersteunende systemen om de werkdruk te verminderen en de mogelijkheden voor maatwerk te vergroten. Tenslotte: offline wordt online! 

Achterstallig onderhoud repareren

Bij justitie zal extra geïnvesteerd moeten worden, eigenlijk om het achterstallig onderhoud weg te werken dat de laatste kabinetten nota bene op dit gebied van veiligheid hebben laten ontstaan.

Screening

Zo heeft de politie heeft nog zeker 2 jaar nodig om 3.359 agenten met een vertrouwensfunctie te screenen: een deel deel werkt nu al met gevoelige politiedossiers. Ook kwam de screening van asielzoekers op terroristen kwam op gang toen de grote stroom voorbij was. De komende maanden zou dat wel eens kunnen gaan veranderen (tot de verkiezing 15 maart 2017 dan).

Omvang van het ministerie

Een oorzaak van een aantal problemen bij Justitie ligt mogelijk in het grote aantal beleidsterreinen en diensten waar het voor verantwoordelijk is. Naast alle gewone taken behoeven cyber security, terrorisme, immigratie en terugkeer zoveel (sterk gestegen) aandacht dat dat niet te doen lijkt binnen één ministerie; in ieder geval niet met één staatssecretaris. Minimaal zal er een staatssecretaris bij moeten.

Opsporing en rechtsspraak met (big) data

Justitie kan big data gebruiken bij het verder verbeteren van de rechtsspraak omdat met big data patronen in de behandeling van burgers of het proces opgespoord kunnen worden. Maar ook opsporing van uitkeringsfraude, patronen bij vastgoedtransacties e.d. Gezien de zwakke reputatie van de overheid op het gebied van privacy van burgers zal het Cbp ook hier actief toezicht moeten (kunnen) houden.

Recidivisten

De huidige boetes en straffen zijn kennelijk onvoldoende voor een aantal recidivisten. Ons voorstel is om meer begeleiding en verplichte cursussen te combineren met een puntensysteem, vergelijkbaar met het puntenrijbewijs. Verkeersovertreders, dronken automobilisten, zakkenrollers, andere dieven, pesters in buurten e.a. krijgen per overtreding strafpunten. Ook mensen die al veroordeeld zijn tot een taakstraf en niet komen opdagen en medewerkers van Justitie bedreigen etc. krijgen in ons voorstel strafpunten. Meer punten leiden automatisch tot langere begeleiding en meer straf, langere inbeslagname van auto’s e.d..

Dezelfde regeling is mogelijk met ondernemers die zich keer op keer schuldig maken aan oplichting, valse facturen etc.

Verkeersovertreders

Wat ons betreft kan het beginnersrijbewijs vervallen, omdat deze regels algemeen zouden moeten gaan gelden voor alle verkeersdeelnemers. Te snel rijden of bumperkleven is bepaald niet alleen een slechte gewoonte van jonge burgers.  De periode om een rijbewijs mogen intrekken gaat omhoog afhankelijk van genoemde punten. Als een alcoholslot niet verplicht kan worden om juridische redenen, dan zal het aantal strafpunten voor een promillage van 1,3 omhoog moeten.

Offline wordt online

Onze wetten zijn gebaseerd op fysieke mensen die in een bepaalde relatie staan tot andere fysieke mensen of tot de overheid. Met de huidige technologische ontwikkelingen moeten we er rekening mee houden dat er straks ook ‘virtuele’ versies van ons zelf boodschappen gaan doen, thuis blijven of juist op reis gaan en daar handelingen verrichten. En dus fouten gaan maken. Daar moeten we vast over gaan nadenken, ook in onze wetgeving.

Op een heel ander terrein kunnen en moeten we al veel meer maatregelen nemen en wetten aanpassen om te zorgen dat kwetsbare fysieke mensen in hun virtuele versie beschermd worden. Online hoort er gewoon bij in deze wereld, dus er is online geen onbeperkte vrijheid of iets dergelijks. Net als in de fysieke, offline wereld, dienen mensen zich aan dezelfde regels te houden. En ook online zullen mensen moeten worden beschermd tegen criminelen, en zullen criminelen opgespoord moeten worden. Nu gebeurt dat natuurlijk al als iemand ten gevolge van online contact in de fysieke wereld schade oploopt. Maar laten we het maar omdraaien: we passen alle wetten die we hebben voor de offline wereld toe op de online wereld, en kijken dan wat er anders is. Dat levert een betere aanpak op dan achter de technologische ontwikkelingen aanhobbelen en steeds achteraf de schade voor (nieuwe) slachtoffers moeten beperken.