Skip to main content

Geloof en gelovigen

Godsdiensten in Nederland dragen bij aan onze samenleving; ook de islam. Het is een schande dat er parlementsleden zijn die gelovige moslim-Nederlanders willen terugsturen, uitsluiten en het beleven van hun geloof onmogelijk willen maken. Zelfs onze premier probeert daarin een stoer deuntje mee te blazen. Partij Bonte Koe heeft hierover een duidelijke mening. Nederlandse moslims zijn ‘onze moslims’ en zij horen dus bij Nederland. En praktisch gezien: een oplossing voor huidige problemen zal alleen werken als die oplossing samen met verschillende groepen wordt geformuleerd. De Nederlandse grondwet is daarbij altijd het fundament.

Waar nodig moeten er wel met religieuze organisaties concrete afspraken gemaakt worden over hun bijdrage aan de samenleving en integratie. En die afspraken moeten strak worden nageleefd. Overigens geldt dat dan voor alle religieuze organisaties, niet alleen islamitische.

Pro-godsdiensten en levensovertuigingen; ook de islam dus.

Wij zijn pro-godsdiensten en levensovertuigingen; ook de islam dus. Geloof is een ongelofelijk mooi iets, en gelovigen leveren een belangrijke bijdrage aan de cohesie van onze samenleving. Geloof geeft veel mensen zingeving, en verbindt hen rondom hun geloof.

Kennis maken

Veel mensen hebben een duidelijke mening over godsdiensten, met name de islam. Tegelijkertijd ontbreekt het vaak aan kennis over deze godsdiensten. En ook het onderscheid tussen godsdienst, afkomst en nationaliteit is vaak onduidelijk (Verder lezen). En ook al zegt een moslim of joodse gelovige bijvoorbeeld dat iets gebaseerd is op zijn godsdienst, dat betekent niet automatisch dat dat zo is. Veel vrouwonvriendelijke regels bijvoorbeeld zijn regionale gebruiken die gaandeweg bij het godsdienstig erfgoed en zelfs de officiële godsdienst zijn gaan horen. (Verder lezen). Partij Bonte Koe vindt dat kinderen vanaf groep 1 ‘maatschappijleer’ moeten krijgen, met lessen over verschillende afkomst, geloof en nationaliteit, en over discussiëren, feiten en meningen.

PVV, VVD en VNO-NCW

Wij vinden wat Geert Wilders zegt heel slecht voor de integratie in Nederland. Zijn ‘maatregelen’ zijn ook niet uitvoerbaar. Wel begrijpen wij dat PVV-stemmers het met hem eens zijn omdat hij hun ongenoegen het best verwoordt.

De anti-islampartij PVV is door VVD en CDA groot gemaakt door het gedoogkabinet. Het was ineens acceptabel geworden om het met de PVV eens te zijn. En ook nu sluit Rutte samenwerking met deze anti-islam partij PVV niet uit. Dat VVD met hen willen samenwerken is de grootste schande voor Nederland sinds de Tweede Wereldoorlog.

Maar ook het VNO-NCW vindt het bij de politieke realiteit horen dat ze lobbyen bij de PVV. De Nederlandse werkgeversverenigingen zeggen dus dat ze willen samenwerken met een partij die grote groepen Nederlanders uitsluit en doorlopend negatieve uitspraken doet over hun de identiteit en het geloof dat hun dierbaar is.

Wederzijds beledigen en cross-culturele communicatie

De laatste jaren is het (online) beledigen sterk in opkomst, en met name online lijken er geen grenzen te bestaan over wat men over anderen mag zeggen. Elders schrijven wij over vrijheid van meningsuiting vs. vrijheid van beledigen. Naast de ‘fight’ reactie in de beledigingen treedt ook de ‘flight’ en ‘fright’ reactie op: grote groepen Nederlanders doen niet meer aan discussies. Een aantal online redacties hebben vanwege de reaguurders de reactiemogelijkheden ingeperkt of zelfs verwijderd.

De discussie over vrijheid van meningsuiting is ineens van het koffiezetautomaat naar de huiskamers verhuisd, o.a. omdat een aantal moslims zich persoonlijk aangevallen voelt als hun Profeet belachelijk wordt gemaakt, of hun heilige boek. Sterker nog: er zijn mensen voor vermoord, zoals in Parijs naar aanleiding van cartoons. Voor veel mensen die al generaties lang in Westerse tradities zijn opgegroeid is dat vreemd. Toch is het niet onbegrijpelijk (dat is dus iets anders dan dat het daarmee is goed te praten).

Los van de vraag of het zuiver islamitisch is om zoveel waarde te hechten aan dit soort zaken, is er in ieder geval een cultureel verschil. In veel Midden-Oosten culturen, de Arabische landen en Israël, is de identiteit veel meer verweven met nationaliteit, afkomst en geloof. Dit zijn belangrijke pijlers die je ook niet los van elkaar kunt zien. Wat daarbij hoort is dat de groepswaarden erg belangrijk zijn, en soms belangrijker dan de individuele mening. Dat is niet slap of eng; dat is een andere sociale structuur dan wij gewend zijn. En dat is dus niet ‘islamitisch’ dat is ‘midden-oosters’. In Israël is ook duidelijk te zien dat het langzamerhand van individualistisch naar gemeenschappelijk-religieus gaat, bijv. in de reacties van de staat en religieuze leiders op landgenoten die kritiek hebben op de ‘staat Israel’.

Maar omdat eigen religieuze waarheden horen bij wie je bent als moslim, als Marokkaan en als Arabier, wordt je ook anders en meer geraakt. Als iemand Jezus beledigt ten overstaan van een christen, dan zal die boos zijn, het zielig vinden of wat dan ook. Maar het zal over het algemeen veel minder verbonden zijn met wie je bent als persoon, laat staan wie je bent als Nederlander van blanke West-Europese Germaanse komaf.

Als dominante cultuur zijn de autochtone bewoners gewend dat bepaalde beledigingen ‘moeten kunnen’ en zij voelen zich beknot in hun individuele vrijheid als iemand in hun ogen overtrokken reageert. De allochtone bewoner, eveneens Nederlander, kan zich aangetast voelen in wie hij is. Deze kan het ook meer voelen als belediging op de groep waar hij lid van is (vergelijk ook de reactie van Turkse Nederlanders op ontwikkelingen in de staat Turkije).

Dit is het terrein van de cross-culturele communicatie. Die is o.a. groot geworden vanuit de behoeften van het zakenleven om succesvol zaken te kunnen doen in het buitenland (welk buitenland dat ook is). Maar het is duidelijk dat er in Nederland ook veel meer aandacht voor nodig is. Als dominante cultuur kunnen veel autochtonen wel zeggen: ‘ja, zeg, dat doen wij al eeuwen zo’, maar dat is niet de slimste oplossing. Het feit is dat de samenstelling van dat ‘wij’ is veranderd, of mensen willen of niet. Dus moeten we weer leren wat die ander eigenlijk bedoelt, en hoe hij of zij het misschien wel op kan vatten. Als iemand dan een ander beledigt, dan weet hij in ieder geval hoe het aan kan komen.

Bedreigingen en moorden; terrorisme

Helaas zijn er gelovigen die claimen op basis van hun geloof te mogen of moeten doden. Deze terroristen dienen met alles wat wij in huis hebben opgespoord en vervolgd te worden. Ook in het Midden-Oosten wordt er gedood door groeperingen en staten die zelf in ieder geval het geloof als belangrijke reden noemen. Dus dat zal ook daar consequenties moeten hebben voor onze politieke en economische opstelling.

Anti-Integratie?

Daarnaast zijn er religieuze instellingen die, al dan niet gefinancierd door buitenlandse overheden, integratie bemoeilijken. Wij zijn voor samenwerking met de verschillende gelovigen om een manier van samen-leven te vinden in Nederland. Dat gesprek moet alleen wel echt en indringend en structureel gevoerd worden, en niet alleen bij incidenten of escalaties in binnen- en buitenland (Turkije, Syrië, Israël).

Overigens: scheiding kerk en staat

In Nederland wordt vaak gezegd dat wij ‘scheiding van kerk en staat’ hebben. Er resten ons nog wel wat zaken die we kunnen afmaken, om dat 100% te krijgen. Dat zou een goed idee zijn, om daar volstrekt helder over te kunnen zijn.

Voor het onderwijs kunnen we ons afvragen in hoeverre de staat moet toestaan dat leerlingen op basis van geloof gediscrimineerd mogen worden door de ‘bijzondere scholen’. Voor Partij Bonte Koe is dat geen halszaak. Als bijzondere scholen helpen bij integratie, dan is dat een goed idee.

Integratie

Integratie is iets wat generaties duurt. We hebben het al 1 generatie laten versloffen onder leiding van de zittende partijen. We zullen nu alsnog het gesprek aan moeten gaan met elkaar: dit is Nederland en dit verwachten wij op basis van wie wij zijn. Er moet worden worden onderzocht welke factoren integratie tegengaan. Waar nodig zullen wettelijke en andere maatregelen worden opgenomen om integratie te bevorderen. We moeten daarvoor samenwerken: allemaal. Zowel de mensen van ‘hallo, het is toch ons land!’ als de mensen van ‘hallo, het is nu ook ons land!’ moeten er samen uit zien te komen. Wij denken dat dat kan werken als we dat pragmatisch en transparant doen. Geen grote gebaren en uitspraken, maar gewoon kleine projecten lokaal. En dan uitbreiden. 

Huidige situatie

Het lijkt erop alsof er geen structurele en permanente aanpak is voor integratie. Wel hebben mensen verwachtingen over integratie. Zo wordt er de laatste tijd geconstateerd dat integratie is mislukt. Die constatering is alleen te trekken als je vooraf een plan had, met criteria.

De situatie is mogelijk nog erger: na vele tientallen jaren immigratie van Turken, Marokkanen e.a. moesten de regering en Tweede Kamer recent tot hun stomme verbazing constateren dat er een grote groep Nederlandse Turken is die eigenlijk vooral op Turkije gericht. Met alle maatregelen die de afgelopen jaren zijn genomen waren regering en parlement hiervan dus onvoldoende op de hoogte.

Integratie is niet mislukt

Ondanks alle verhalen en feiten van de afgelopen tijd is ‘de integratie’ niet mislukt. Ten eerste kan dat niet, want er heeft niet een duidelijk plan aan ten grondslag gelegen dat is gelukt of niet. Er was een soort ‘kom maar binnen met je knecht’ en verontrustende verhalen werden afgedekt met ‘moet kunnen’.  En al waren er wel duidelijke doelen geweest: het is een proces dat generaties duurt, zeker als laag opgeleide immigranten vanuit minder ontwikkelde gebieden in het land van herkomst naar Nederland komen. Dus ook als zij in bijv. Marokko waren gebleven, dan waren er een paar generaties nodig geweest voordat er uit zo’n groep een Marokkaanse rechter zou zijn aangesteld, laat staan een vrouwelijke rechter. Tegelijkertijd neemt het overgrote deel van de immigranten in Nederland gewoon deel aan de maatschappij. De tweede of derde generaties dienen zich aan en nemen deel. Recente berichten over hoe veel Turkse Nederlanders naar Nederland en Turkije kijken laten alleen wel zien dat er nog veel werk te verrichten is. Het meest opvallende was misschien wel dat het ook een grote verrassing was voor de regering en Tweede Kamer, terwijl zij al die jaren wel beleid hebben ontwikkeld en uitgevoerd.

Onderzoek

Er moet nog veel eerlijker worden gekeken naar wat er niet goed gaat en welke groepen dat precies zijn, hun omvang etc.. Niet op basis van incidenten, maar structureel. Wie doet mee, wie niet, wie overtreedt de regels, wat zijn de (echte) oorzaken, wat zijn de gevolgen en wat kunnen we er doen? Samen. Er zijn prachtige voorbeelden van oplossingen, maar er zijn ook hardnekkige problemen. Door steeds weer samen te werken zullen we het eens moeten worden over oorzaken en gevolgen. Daar moeten we over leren praten met iedereen; ook al lijken sommige groepen niet meer open te staan voor een andere mening.

Een dergelijke situatie die zolang is genegeerd kan niet altijd zonder zeer duidelijke regels en strikte naleving worden opgelost. En die regels zullen voor iedereen moeten gelden.Er zal daarom alsnog moeten worden onderzocht in hoeverre de huidige praktijk maar ook de wetten geschikt zijn om de verschillende bevolkingsgroepen samen te laten integreren in Nederland.

Een voorbeeld is de financiering van alle religieuze instellingen en voorgangers door buitenlandse overheden en het verspreiden van boodschappen die integratie tegengaan. Als er politieke boodschappen worden verspreid dan is de vraag gerechtigd of die instellingen wel religieuze instellingen zijn (en dus hun belastingvrijstelling verdienen).

Een ander voorbeeld zijn de islamitische huwelijken die worden gesloten tussen 1 man en meerdere vrouwen. Deze polygamie is verboden, en zal prioriteit moeten krijgen in de opsporing, o.a. omdat vrouwen niet altijd weten dat de man al vrouwen heeft of meer vrouwen wil. Tegelijkertijd is het voor hen moeilijk om te scheiden.

Twee nationaliteiten ?

Een ander voorbeeld is het beladen thema van de twee paspoorten al dan niet met kiesrecht. Loyaliteit is een wat ouderwets begrip voor veel autochtone Nederlanders, maar voor veel allochtone groepen is dat allerminst het geval. Bijvoorbeeld: nu Turkije en Nederlandse Turken zich mengen in Nederlandse verhoudingen en direct mensen bedreigen, is gebleken dat er een dubbele loyaliteit is, of zelf voornamelijk loyaliteit richting Turkije. Het kan zijn dat twee nationaliteiten dat versterkt. Dit zal moeten worden onderzocht. In geval van grote problemen kan een sanctie worden toegepast als het ontnemen van het kiesrecht. Eventueel moet de relevante wetgeving daarvoor worden aangepast. Sinds 6 januari 2014 wordt de 2e nationaliteit niet meer opgenomen in de bevolkingsregistratie. Ons voorstel is om dat terug te draaien.

Als integratie lukt is onderscheid niet meer nodig

Nu is het vaak nuttig om te weten wat iemands achtergrond is om te weten waar oorzaken liggen. Of ook of iemand een mogelijke verdachte is (etnisch profileren, in combinatie met profileren op basis van sekse, leeftijd etc.). Maar dat zou dan alleen moeten gebeuren waar dat ook bewezen relevant is.

Als autochtone jongeren ruiten ingooien bij een asielzoekerscentrum dan wordt er niet gezegd: ‘christelijke jongeren in Lutjebroek’ hebben ruiten ingegooid. Als Muhammed en Yusuf dat doen in Rotterdam, dan zijn het al gauw ‘islamitische jongeren’. Het doel van de verandering die we samen in moeten gaan, is om zorgen dat iedereen met behoud van zijn religieuze identiteit ramen kan ingooien zonder die religie om zijn oren geslagen te krijgen |-).