Tien jaar geleden werd in Nederland marktwerking geïntroduceerd in de zorg. Van een volledig door de overheid gecontroleerde sector naar systeem van gereguleerde concurrentie, zowel bij verzekeraars als bij zorgaanbieders. Wat ons betreft heeft marktwerking 10 jaar de tijd gehad om zich te bewijzen, en dat is maar zeer beperkt gelukt. We kunnen niet meer wachten tot zorgverleners en zorgverzekeraars voldoende transparant gaan worden, onnodige zorg gaan vermijden etc. Tijd voor een grondige revisie, die al lang had moeten plaatsvinden. De overheid had zich teruggetrokken. Deze zal nu weer een centrale rol moeten spelen met centrale tarieven, standaarden, kwaliteitscriteria en productregistratie. Marktwerking blijft, maar wordt beperkt tot planbare zorg, waar concurrentie een beter mechanisme kan zijn dan samenwerking. 

Samenvatting

Tien jaar geleden werd in Nederland marktwerking geïntroduceerd in de zorg. Van een volledig door de overheid gecontroleerde sector naar systeem van gereguleerde concurrentie, zowel bij verzekeraars als bij zorgaanbieders. Regelmatig wordt de vraag gesteld wat de bijdrage is van deze marktwerking aan het beheersbaar houden van de kosten. Discussies over dit onderwerp zijn eigenlijk politiek. Voor- en tegenstanders kunnen de meeste ‘symptomen’ verklaren uit aan- of afwezigheid van marktwerking. Dit komt ook doordat er zo weinig gegevens beschikbaar zijn. Wat in ieder geval helder is, is dat deze ‘marktwerking’ de kosten niet heeft kunnen beperken. En dat was nou juist wat de voorstanders van marktwerking voor ogen hadden. Dat is ook de reden waarom middelen als eigen bijdrage en het beperken van zorg zijn ingevoerd (al dan niet transparant). Ook heeft het systeem niet geleid tot burgers die op basis van goede informatie een juiste afweging kunnen maken tussen kwaliteit en kosten. Die informatie is er niet of niet voldoende.

Arts met slecht product gaat niet failliet

Daarnaast wordt kwaliteit niet beloond, en wordt gebrek aan kwaliteit niet door ‘de markt’ gestraft. Een minder goed functionerende arts krijgt evengoed patiënten. Zijn behandelingen worden gewoon vergoed, ook als zijn ‘product’ niet klantvriendelijk is of duur. Dit afstraffen door de markt zou wel moeten kunnen; kledingzaken gaan immers ook failliet bij te weinig vraag. In deze context heeft de patiënt dus ook niet echt ‘vrije artsenkeuze’. En dan hebben we het nog niet eens over de assertiviteit die nodig is om tegen de eigen huisarts te zeggen: “U schrijft dit nu wel voor, maar is dat omdat u onlangs in Griekenland op cursus bent geweest, met uw vrouw, op kosten van de farmaceut die dit maakt? Of is dit echt de beste keus?”.  Samenvattend: de zorgconsument heeft zo weinig zicht op kosten en kwaliteit dat deze in de praktijk de keuze niet kan maken en de arts volgt.

Tijd voor de revisie

Wat ons betreft heeft marktwerking 10 jaar de tijd gehad om zich te bewijzen. En dat is onvoldoende gelukt. We kunnen niet meer wachten tot zorgverleners en zorgverzekeraars voldoende transparant gaan worden, onnodige zorg gaan vermijden, belangenverstrengeling ophoudt etc. Tijd voor een grondige revisie, die al eerder had moeten plaatsvinden. Daarbij staat niet de vraag centraal of marktwerking alsnog meer of minder moet worden ingevoerd. Het gaat erom dat Nederlanders goede zorg willen, in een overzichtelijk systeem, waar iedereen op redelijke manier aan meebetaalt dan wel aan verdient. Of dat kan binnen marktwerking is ondergeschikt daaraan. Het is een vraag over een instrument. Het is hetzelfde als aan een patiënt met serieuze loopklachten vragen of hij de kunstheup wil evalueren die tien jaar geleden is ingezet. Nee, zegt de patiënt: ik wil goed kunnen lopen!

Kind en badwater

We gaan niet dezelfde fout maken als bij de introductie: helemaal invoeren of helemaal afschaffen. De overheid had zich teruggetrokken maar zal weer een centrale rol moeten spelen. Zij zal op het gebied van tarieven, standaarden, kwaliteitscriteria, wetgeving en productregistratie (niet alleen medicijnen) weer een veel actievere rol moeten gaan spelen. Eén reden is al dat de farmaceutische industrie nu vrij spel heeft en de markt op alle niveaus benadert van minister tot Eerste Hulp post. Een sterke tegenspeler is daarbij nodig.

Marktwerking blijft, maar wordt beperkt

Marktwerking blijft, maar alleen in sectoren waar concurrentie belangrijker is dan samenwerking. Marktwerking kan worden gehandhaafd in sectoren van de zorg waar marktwerking ook echt zijn werk kan doen. Het gaat dan om concurrentie in prijs/kwaliteit-verhouding. Dit kan wel in de zogenaamde planbare zorg, voor ogen, knieen, heupen e.d. In zo’n context kunnen organisaties of patiënten een ‘leveranciers’ kiezen op basis van heldere prijzen, kwaliteit e.a. aspecten die nodig zijn in een vrije markt. Die marktwerking zal zijn werk zal moeten doen binnen de harde randvoorwaarde van transparantie en de toegankelijkheid voor alle patiënten in Nederland.